Open bak

Theater de Engelenbak is me lief, zeer lief. Ik speel er al sinds mijn veertiende in allerlei theaterstukken (hoogtepuntje: de voorkant van Jantje de ezel, iemand moest het doen.), heb er menigmaal op de bar mogen dansen, de toneelstukken die ik schreef gingen er in premiere en om het af te toppen mag ik er zo nu en dan de Open Bak presenteren. De Open Bak is een instituut: een theateravond waar alles mag en alles kan en waar iedereen die meent thuis te horen op een podium een kwartier lang zijn kunsten mag vertonen. Een instituut waar Youp van ‘t Hek, Paul de Leeuw en Maarten van Roozendaal ooit begonnen, maar waar ook menige theaterambitie in de knop gebroken werd.

Eind november was het weer aan mij om de avond aan elkaar te praten. Er waren danseressen, moeilijk kijkende jongens met gitaren, valszingers (oké: heel erge valszingers) en cabaretiers. De presentator van de avond mag altijd een kleinkunstclassic kiezen, hét kleinkunstliedje dat hij of zij graag opgevoerd ziet. Ik moet toegeven: ik was in die weken een tikje ontoerekeningsvatbaar. Mijn tweede zoon was net geboren en ja, ik was één wandelend hoopje sentiment. Vandaar dat ik Erris van Ginkel ’Slaapliedje’ van Acda en De Munnik liet zingen. Hier is het nog te horen. 

Het was een lieve, zeer lieve avond.

  1. roosschlikker posted this
blog comments powered by Disqus